Dit is mijn (Theo Fama) betoog over wat echt belangrijk is voor een goede foto en is speciaal bedoeld voor diegene die toch wel moeite hebben met de camera-techniek.

Meerderheid van de fotografen (amateur of pro) denkt verkeerd. De meeste fotografen denken eerst aan apparatuur, aan de camera en instellingen. ‘Hoe moet ik m’n camera instellen om dit onderwerp te kunnen fotograferen’, denken ze dan. En het liefst hebben ze een camera met veel instellingen omdat ze denken dat je daarmee ook veel onderwerpen kan fotograferen. ‘Ik moet eerst weten hoe ik m’n camera moet instellen om goede foto’s te kunnen maken’. Toch…?

Nou, nee…
Want een goede fotograaf (één die weet waar het echt om gaat) denkt eerst aan z’n onderwerp en niet aan z’n camera. Hij denkt met welke fotografische beeld-elementen kan ik werken, creëren, aanpassen of manipuleren zodat m’n onderwerp er goed, beter of mooier uitziet. Die beeld-elementen zijn o.a.: licht, standpunt, compositie, vorm en sfeer.
En dit zijn allemaal ‘geen’ camera-instellingen. Op je camera zitten geen knopjes licht, standpunt, compositie, vorm of sfeer. Dit zijn juist dingen die de fotograaf ‘buiten’ de camera zoekt, ziet, manipuleert en creëert.

Het maken of creëren van een goede, betere of mooie foto gebeurt dus niet in de camera, maar daarbuiten. Je zal dus eerst iets moois moeten zoeken, zien, manipuleren of creëren wat de camera daarna alleen maar vast legt.

Misschien denk je nu, ‘ja ja, makkelijk praten die prof-fotografen die het allemaal al weten’, en duik je weer in de gebruiksaanwijzing van je camera of de tutorials en filmpjes op het internet…
Ik zou willen zeggen, luister dan eens naar die prof-fotograaf die het allemaal al weet… 🙂  Dus… Voor al diegene die de camera-instellingen toch wel ingewikkeld blijft vinden… Leg die gebruiksaanwijzing weg en zet je camera gewoon op de automaat of als je al vertrouwd bent met diafragma, dan zet je ‘m op diafragma voorkeuze. Door niet bezig te zijn met je camera-instellingen, maar bewust bezig te zijn met licht, standpunt, compositie, vorm enz. leer je beter kijken en daardoor maak je betere foto’s.

Want wat zie je nou uiteindelijk op een foto? Op een foto zie je meestal maar drie camera gerelateerde beeld-elementen.
1 Dat is de mate van onscherpte door de diafragma en brandpunt.
2 Een eventuele beweging (scherp of onscherp weergegeven) door de sluitertijd.
3 Een in- of uitgezoomd perspectief door brandpunt.

Al het andere wat je ziet op een foto is niet camera gerelateerd.
• Licht
• Standpunt
• Compositie
• Vorm
• Sfeer
• enz.

Er is uiteraard nog veel meer te zien op een foto, bijvoorbeeld emotie e.d.. Maar die inhoudelijke elementen laat ik hier even buiten beschouwing. We hebben het nu alleen over een aantal ‘fotografische’ beeld-elementen waarmee je je foto kan maken/creëren.

Hoe werkt dat in de praktijk?

Licht
Buiten met zonlicht heb je vele mogelijkheden om met licht te spelen. Vroeger stond er op een filmrolletje: ‘fotografeer met de zon in je rug’. Ja dat kan, maar geeft niet het meest spannend licht. Wel krijg je dan de meest verzadigde kleuren. Hier kun je dus je voordeel mee doen als het onderwerp daarom vraagt. Maar de meest interessante foto’s zijn toch wel foto’s met zijlicht of tegenlicht. Nu kun je de zon zelf niet even verplaatsen, maar dat hoeft ook niet want dat doet de zon (aarde) zelf al. Door op een ander tijdstip de foto te maken staat de zon ook op een andere plek. Bij architectuur fotografie bijvoorbeeld wordt eerst het tijdstip bepaald wanneer de zon mooi op de gevel staat (Google-map is daarbij erg handig). Zo kun je ook bij landschapsfotografie d.m.v. tijdstip de plek bepalen waar de zon staat aan de hemel. Maar bij het fotograferen van personen kun je natuurlijk gewoon even ergens anders gaan staan zodat de zon uit een andere hoek komt (zijlicht of tegenlicht).

Direct hard zonlicht op een gezicht is meestal niet erg fraai. Neem dan een andere positie in zodat jij ongeveer tegen de zon in staat te fotograferen. Hierdoor zit het gezicht van de geportretteerde in de schaduw waar het licht mooi zacht is. Zacht licht krijg je ook door de persoon in de schaduw (van boom of gebouw) te zetten. En zacht licht heb je ook wanneer de zon achter de wolken zit. Maar dat licht komt wel recht van boven, dus krijg je toch wat schaduwwerking in de oogkassen en onder de neus. Die donkere schaduw kun je wat lichter maken door net onder het gezicht een wit papiertje (of reflectie scherm) te houden.
Buiten kun je het bestaande licht dus prima manipuleren, aanpassen en je beeld creëren zoals jij dat wil hebben. Het is dus belangrijk om te weten wat licht doet en hoe je die kan beïnvloeden.

Richting van het licht is meest belangrijk; waar komt het licht vandaan.

Standpunt
De letterlijke uitleg van standpunt is de plaats waar de fotograaf staat. Klinkt te simpel om bij stil te staan denk je misschien. Maar is oh zo belangrijk voor het verhaal in de foto. Maak maar eens een foto met 50mm objectief van een boom op 100 meter afstand. En maak met diezelfde 50mm nog een foto maar dan sta je onder de boom en richt je camera naar boven. Resultaat is twee totaal verschillende foto’s waarbij camera, brandpunt en onderwerp hetzelfde zijn gebleven maar standpunt is veranderd.

Dit is de kracht van standpunt; je creëert hiermee hele verschillende verhalen.

Zo kun je bijvoorbeeld bij portretten een foto nemen met een iets lager standpunt. Degene op de foto zal daardoor krachtiger, groter en indrukwekkender overkomen. Niet voor niets worden veel Captains of Industry en leiders vaak op deze manier geportretteerd.
Fotograferen op ooghoogte geeft weer een heel ander effect. Namelijk betrokkenheid, warmte, intimiteit en contact. Als je je afvraagt waarom je foto’s van kleine kinderen of huisdieren tegenvallen, is een te hoog standpunt waarschijnlijk het antwoord. Ga door je knieën en fotografeer kinderen en dieren op ooghoogte. Het standpunt samen met de keuze van brandpunt is een grote factor voor het verhaal in je foto’s.

Compositie is eigenlijk een onderdeel van standpunt
Over compositie kan ik kort zijn. Compositie is niets anders dan orde en rust in de (foto)chaos brengen. Leer geen compositie regels, maar creëer orde en rust vanuit je gevoel. Het is zeker in begin zoeken naar wat voor jou nou orde en rust is in een foto. Maar door juist te denken aan ‘orde en rust’ ben je bewuster met je beeldopbouw bezig dan wanneer je aan ‘compositie regels’ denkt.

Vorm
Met vorm bedoel ik de leesbaarheid van een foto. Zie ik de vormen goed, herken ik ze, zijn ze goed leesbaar? De bekende tak of paal uit het hoofd bij een portret is zo’n voorbeeld. Als de fotograaf iets naar links of rechts had gestaan dan was die tak of paal niet meer uit het hoofd gekomen. Het is dus een kwestie van je zoeker-beeld goed ‘scannen’ en kijken of je onderwerp goed uitkomt tegen de achtergrond. De achtergrond is even belangrijk als je onderwerp. Kijk ook langs je onderwerp en pas je standpunt aan als achtergrond storend is. Maak het onderwerp ‘los’ van de achtergrond.

Sfeer
Inhoudelijk kan een foto een sfeer hebben zonder dat het een goede foto is. Een foto van een feestzaal vol feestende mensen geeft al snel een sfeertje weer. Maar de kunst is om met je fotografische middelen een sfeer te maken of de bestaande sfeer te versterken. Een lachend blond model met witte kleding tegen een lichte achtergrond heeft al een sfeertje van zomers, toegankelijk, vriendelijk, happy zijn. Dat sfeertje kun je versterken door bijvoorbeeld zacht licht te creëren en de foto iets een warme tint te geven. Een foto van een persoon in donkere kleding en voor een donkere achtergrond kun je nog krachtiger maken middels hard zijlicht met donkere schaduwen en bijvoorbeeld iets koeler van tint te maken of zwart/wit.

De kleur van licht is erg sfeer bepalend in een foto. De kleur van het licht midden op een zonnige dag is heel anders dan bij zonsondergang. Natuurlijk weet je dat. Iedereen heeft wel eens een zonsondergang gefotografeerd, dat zijn meestal landschap- of natuurfoto’s. Maar dat zijn foto’s gericht op die zonsondergang. Je kunt ook gebruik maken van dat warme licht bij bijvoorbeeld portret, macro, abstract of architectuur fotografie. Die rode ‘lamp’ staat ook nog eens mooi laag, net als een lamp in een studio.

Samenvattend
Deze uiteenzetting is uiteraard niet compleet. Ik wil hiermee alleen maar aangeven dat je niet zo moet richten op je apparatuur en camera-instellingen. De diafragma, sluitertijd en gevoeligheid (ISO) in je camera zijn alleen maar ‘hulpmiddelen’ om een goed belichte foto te kunnen maken. Er wordt door de meeste mensen teveel waarde gehecht aan deze ‘belichtings-hulpmiddelen’. De diafragma en sluitertijd in een camera, zitten daar alleen maar in om de hoeveelheid licht op je sensor te kunnen regelen, meer niet. Ze doen niets anders dan je foto lichter of donkerder maken als je eraan draait. Ja, natuurlijk zie je de ‘bijwerking’ of ‘neveneffect’ van dat mechaniek in je foto. Dat is die scherptediepte bij diafragma en beweging kunnen vastleggen bij sluitertijd. Daar maken we dan ook dankbaar gebruik van. Maar die neveneffecten ‘maken’ nog steeds niet je foto, die vallen in het niets tegenover wat licht en standpunt doen in je foto (die ‘maken’ je foto)!

Steek dus geen onnodige energie in diafragma, sluitertijd en ISO als je dat toch al ingewikkeld en moeilijk vindt. Je kunt de camera rustig op de automaat zetten (die belichting wordt dan voor je gedaan) en je volledig concentreren op licht en standpunt. De eventuele onder- en overbelichting kun je corrigeren met de belichtingscompensatie op je camera of dat doe je later in de nabewerking door de foto weer wat lichter en donkerder te maken (liever dan wel in RAW opnemen). En met de zogeheten matrixmeting, wat in de meeste camera’s zit, gaat de automatische belichting voor 80% goed.

Onthoud
De twee belangrijkste beeld-elementen in de fotografie zijn:
– licht (vooral de richting is belangrijk, waar komt het licht vandaan)
– standpunt (en daarmee ook compositie en brandpunt)

Train je eigen met kijken, herkennen en zien
Maak een foto zoals je normaal ook zou doen. Maar ga dan ook om je onderwerp heen of iets hoger of lager, verander je standpunt en kijk hoe de achtergrond mee veranderd en zie hoe het licht valt op je onderwerp. Maak dan meerdere foto’s vanuit verschillende standpunten.

Bekijk dan die verschillende foto’s op je computer. Daartussen zitten altijd één of meer foto’s die er bovenuit steken, mooier zijn dan die andere. Analyseer die mooiste foto’s eens goed. Bij die ene foto zal of het licht het mooist zijn of standpunt was daarbij het best of het onderwerp komt goed uit, is goed leesbaar of een combinatie van licht, standpunt, vorm, enz. Is die ene foto mooi door bijvoorbeeld het tegenlicht? Onthoud dat dan…

De volgende keer, bij een soortgelijke situatie, weet je al waar het licht vandaan moet komen voor een mooie foto en ga je gelijk al op de goede plek staan. Je hebt hiermee met je standpunt de richting van het licht aangepast…! Je bent nu een beeld, een foto in je hoofd aan het ‘maken’ nog voordat de foto is genomen. Je hoeft het nu alleen nog maar vast te leggen met je camera..!

Je herkent door deze oefening sneller situaties en weet je wat te doen, omdat je in je hoofd steeds meer ‘geanalyseerde beelden’ hebt zitten. En door de tijd heen, door ervaring, zal je minder aan die ‘geanalyseerde beelden’ denken, maar denk je alleen nog maar in licht, standpunt, compositie, vorm, enz. en weet je hoe je die kunt manipuleren.

En wil je toch nog meer uit je foto’s halen dan is camera kennis wel handig.
Het effect van de diafragma kan o.a. belangrijk zijn voor sfeer. Diafragma is in de meeste foto’s zichtbaar en is sfeer bepalend. Daarom is de instelling ‘diafragma-voorkeuze’ een zinvolle instelling.
Het effect van de sluitertijd is niet altijd zichtbaar in een foto. Sturing van de sluitertijd is zinvol als je beweging of de suggestie van beweging wilt vastleggen.
Ook zal je meer van je camera moeten weten als je bijvoorbeeld met flitslampen wil gaan werken (studio fotografie). Want aan de lichtmeter die in je camera zit heb je dan niks. Camera op automaat in combinatie met studio flitslampen gaat dan niet werken.